Gegevens van de regeling
| Type overheidsorganisatie | gemeente |
|---|---|
| Vastgesteld door | College van burgemeester en wethouders |
| Officiële naam van de regeling | Regeling gemeentelijke belastingen gemeente Sint Anthonis 1998 |
| Citeertitel van de regeling | Regeling gemeentelijke belastingen gemeente Sint Anthonis 1998 |
| Onderwerp | Belastingen en Financiën |
| Gedelegeerde regelgeving | Geen. |
| Opmerkingen m.b.t. de regeling | Geen. |
| Betreft (aard van de wijziging) | nieuwe regeling |
| Datum intrekking van (een versie van) de regeling | |
| Datum van inwerkingtreding van (een versie van) de regeling | 30-08-2007 |
| Datum terugwerkende kracht (t/m) van (een versie van) de regeling | |
| Datum ondertekening van (een wijziging van) de regeling | 31-03-1998 |
| Bron bekendmaking van (een wijziging van) de regeling | Geen. |
| Kenmerk voorstel | Geen. |
Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd
Geen.Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen
| Datum inwerkingtreding | Terugwerkende kracht t/m | Betreft | Ontstaansbron: datum ondertekening; bron bekendmaking |
Inwerkingtreding: datum ondertekening; bron bekendmaking |
|---|---|---|---|---|
| 30-08-2007 | nieuwe regeling | 31-03-1998 Geen. |
31-03-1998 Geen. |
Inhoudsopgave
Â
Regeling gemeentelijke belastingen (i.v.m. overgang bevoegdheden van raad naar college van burgemeester en wethouders)Â
Â
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Sint Anthonis;Â
Â
gelet op de artikelen 6, derde lid, 13, eerste lid en 14, eerste lid van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de artikelen 29 en 31 van de Invorderingswet 1990 in verbinding met artikel 231, tweede lid, onderdeel a, en derde lid van de Gemeentewet en de betreffende bepalingen van de belastingverordeningen;Â
Â
Â
BESLUITÂ
Â
Â
vast te stellen de volgende:Â
Â
Regeling met betrekking tot de heffing en de invordering van de gemeentelijke belastingenÂ
Â
Â
Artikel 1 Reikwijdte van de regeling
Â
De in deze regeling opgenomen regels gelden bij de heffing en de invordering van de gemeentelijke belastingen op grond van de onderscheiden belastingverordeningen voorzover deze regels in artikel 5 voor de betreffende gemeentelijke belasting van toepassing zijn verklaard.Â
Â
Artikel 2 Aangifte
Â
De belastingplichtige die niet binnen zes maanden na afloop van het belastingjaar of kalenderjaar is uitgenodigd tot het doen van aangifte of aan wie niet binnen zes maanden na afloop van het belastingjaar of het kalenderjaar een aanslag is opgelegd, is gehouden binnen een maand na afloop van die zes maanden bij de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar een schriftelijk verzoek in te dienen om te worden uitgenodigd tot het doen van aangifte.Â
Â
Artikel 3 Voorlopige aanslag
Â
Na de aanvang van het belastingjaar of het kalenderjaar kan aan de belastingplichtige een voorlopige aanslag worden opgelegd of kan van de belastingplichtige een voorlopig bedrag worden gevorderd tot ten hoogste het bedrag waarop de aanslag of het gevorderde bedrag over dat jaar vermoedelijk zal worden vastgesteld.Â
Â
Artikel 4 Rente
Â
Het percentage van de invorderingsrente volgt het percentage dat op grond van artikel 29 van de Invorderingswet 1990 van het betreffende kalenderkwartaal voor de rijksbelastingen is vastgesteld.Â
Bij de invordering van de gemeentelijke belastingen vindt de ministeriële regeling bedoeld in artikel 31 van de Invorderingswet 1990 overeenkomstig toepassing.Â
In afwijking van de in het tweede lid bedoelde regeling wordt geen invorderingsrente in rekening gebracht indien deze in totaal een bedrag van f. 50,-- niet te boven gaat.Â
Â
Artikel 5 Gelding voor gemeentelijke belastingen
Â
Met betrekking tot:Â
de onroerende-zaakbelastingen vindt artikel 4 toepassing;Â
de reinigingsheffingen vindt artikel 4 toepassing;Â
de rioolrechten vinden de artikelen 2, 3 en 4 toepassing;Â
de leges vindt artikel 4 toepassing;Â
de toeristenbelasting vinden de artikelen 2, 3 en 4 toepassing;Â
de baatbelasting aardgasvoorziening buitengebied vindt artikel 4 toepassing;Â
de graf- en begrafenisrechten algemene begraafplaats Sint Anthonis vindt artikel 4 toepassing;Â
de graf- en begrafenisrechten algemene begraafplaats Wanroij vindt artikel 4 toepassing;Â
ide brandweerrechten vindt artikel 4 toepassing;Â
Â
Artikel 6 Inwerkingtreding en citeertitel
Â
Deze regeling treedt in werking op 2 april 1998.Â
Deze regeling wordt aangehaald als: "Regeling gemeentelijke belastingen gemeente Sint Anthonis 1998".Â
Â
Â
Aldus besloten in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van
31 maart 1998.
Â
Â
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Sint Anthonis;Â
Â
gelet op de artikelen 6, 7, 8, 13 en 14 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de artikelen 29 en 31 van de Invorderingswet 1990 in verbinding met de artikelen 231, tweede lid, onderdeel a, en derde lid, en 237 van de Gemeentewet, op artikel 162 van de Gemeentewet, op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht, alsmede op het betreffende artikel van de in de gemeente Sint Anthonis geldende belastingverordeningen, waarin aan het college van burgemeester en wethouders de bevoegdheid is toegekend nadere regels te geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de onderscheiden gemeentelijke belastingen;Â
Â
Â
BESLUITÂ
Â
Â
Vast te stellen de:Â
Â
eerste wijziging van de "Regeling gemeentelijke belastingen gemeente Sint Anthonis 1998".Â
Â
IÂ
Â
Aan artikel 5 wordt een lid toegevoegd, genoemd lid j en ais volgt gelezen:Â
Â
de Baatbelasting Van Steenhuijsstraat Oploo 2001 vindt artikel 4 toepassingIIÂ
Â
IIÂ
Deze regeling treedt in werking, met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking.Â
Â
Â
Aldus besloten in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van
16 oktober 2001.
Â
De secretaris, | De burgemeester, |
 |  |
 |  |
 |  |
Th.F. Peters | J.M.J. Verbeeten |
Â